Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen

zondag 27 april 2014

De opmars en de "nadelen" van het Nieuwe Werken

De stichting Innovatie & Arbeid, het onderzoekscentrum van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV), lanceerde deze week een persbericht om het publiek te informeren over een nieuwe publicatie waarin het Nieuwe Werken werd onderzocht aan de hand van een aantal bedrijfscases en wetenschappelijke literatuur. De titel van het persbericht: 'Nieuwe werken maakt opmars, maar heeft ook nadelen.' Ook de standaard van 23 april besprak dit bericht onder de kop: 'Serv ziet grenzen aan het Nieuwe Werken'. Het is niet de eerste publicatie die Het Nieuwe Werken kritisch tegen het licht houdt. Men zou bijna vermoeden dat HNW zijn beloftes niet waarmaakt, wanneer men de recente koppen leest. Maar laten we eerlijk zijn. Die koppen zijn er eerder om de lezers nieuwsgierig te maken, dan dat ze een waarheidsgetrouwe weergave zijn van de inhoud van de studies.

Want als men de moeite doet om de publicatie (en andere studies) zelf na te lezen, blijkt algauw dat de bevindingen heel wat genuanceerder zijn. Wat weten we nu eigenlijk over het nieuwe werken? Hier is een aanzet om een aantal zaken uit de studie te weerhouden die me interessant lijken voor de praktijk.



Wat is het nieuwe werken?

In de studie vermeldt men dat HNW in feite een containerbegrip is. Er bestaat geen duidelijke wetenschappelijke definitie. En wat dan nog? Ik beschouw mezelf als een wetenschapper. Bovenal zoek ik gefundeerde informatie en probeer ik zoveel mogelijk mijn acties te sturen op basis van een wetenschappelijk onderbouwde theorie of concept. Maar niet alles is in cijfers te gieten, niet alles is 100% te grijpen in een wetenschappelijk discours. Als we aan organisatieontwikkeling doen, komen we algauw uit bij de kleinst werkbare bouwsteen en dat is een activiteit. Maar activiteiten zijn steeds gekoppeld aan mensen. En dat is hetzelfde als zeggen dat een volledig rationele aanpak uitgesloten is.

Dus geen wetenschappelijke definitie van HNW.  Maar voor wat echt van waarde is binnen onze werk- en leefomgeving, bestaat toch ook niet altijd een wetenschappelijke definitie? Wat is enthousiasme, verwondering, verbeelding? Wat is bijvoorbeeld kwaliteit? Niemand kan het echt definiëren, maar toch weten we instinctief wat bedoeld wordt. Zo is het nieuwe werken ook eerder een platonisch idee dat in zijn volmaaktheid wel ergens in de ideeënwereld zal bestaan maar in zijn vele aardse manifestaties steeds een evenwichtige poging zal zijn om mobiliteit, flexibiliteit, autonomie, empowerment en betrokkenheid in een unieke en aangepaste mix waar te maken. Er bestaat geen eenheidsformule. Het is een evenwichtsoefening die steeds zal vertrekken vanuit de eigenheid van de onderneming. En als men daar terdege rekening mee houdt, dan schieten er weinig 'grenzen' over. De mens is een scheppend wezen, hij initieert en innoveert. Het is trouwens net dat wat ons inspireert in anderen. Hannah Arendt vond 'initium' en 'novitas' (het begin en het nieuwe) zelfs de belangrijkste kenmerken van de menselijke conditie. Het nieuwe werken drijft dan ook op een groepsmomentum. Het schudt het stof van de veelal verouderde bureaucratische structuren en helpt zo het menselijk potentieel in een onderneming te ontsluiten. De uitdaging om de Europese economie in de 21ste eeuw te vrijwaren, kan men slechts aangaan wanneer men deze ongetapte bron van creativiteit en energie aanboort.

Wat is dan het probleem?

Omdat het nieuwe werken meestal wordt ingevoerd in een mix van andere zaken (een nieuwe missie, een kostenbesparing, een verhuis) is de perceptie en evaluatie hierrond dan ook niet eenduidig terug te voeren naar één component. Terecht merkt de studie op (p. 225-226) dat 'die (negatieve connotatie) minstens gedeeltelijk heeft te maken met het inzetten van het concept HNW als kapstok om een verandering aan op te hangen die ervaren wordt als niet meer dan een besparing.' Men moet zich inderdaad durven afvragen wat niet werkt binnen HNW maar evenzeer de intellectuele integriteit hebben om te besluiten dat het falen van een implementatie niet evenveel te wijten zou zijn aan een aantal andere factoren. Vandaar het belang om HNW als een integraal en strategisch programma te beheren en de wisselwerking met andere programma's nauwgezet in kaart te brengen (dikwijls lopen binnen een onderneming die HNW overweegt ook (change) programma's op een hoger niveau met een navenant potentieel tot bruskering).

Een ander voorbeeld dat heeft geleid tot negatieve aandacht in de pers is de gelijkschakeling tussen telewerk en HNW. Wanneer men telewerk onbegeleid en volledig vrij introduceert, dan gaan een aantal risico's zich inderdaad op scherp zetten. De band met het bedrijf en de relatie met de collega's verzwakt, de werk-privébalans slaat om, waardoor je op termijn alles wat je met HNW nastreeft, eerder onmogelijk gaat maken! En dat beaamt de studie ook. Maar deze stelling gaat niet op voor beperkte vormen van telewerken: (p. 81) Zo blijkt er bijvoorbeeld geen negatief effect te zijn op de werk-privébalans voor beperkte telewerkregelingen. Een goede implementatie van HNW staat dus niet gelijk met onbeperkt thuiswerk. Maar dat wisten we toch al, niet?

Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn?

Nee, zeker niet. Belangrijk bijvoorbeeld is dat men waakzaam blijft voor al te veel technologisch optimisme. De mens is geen cyborg. De nieuwe technologie is geen garantie voor een soepel en plastisch denkproces. Oude en nieuwe vormen van informatieverwerking moeten in een instrumentele mix behouden blijven. Soms leest een boek of een artikel inderdaad vlotter in papieren vorm dan in digitaal formaat. Verder neurologisch en cognitief onderzoek gaan hier zeker verdere inzichten opleveren maar ondertussen spreken wij al een tijdje van 'paperpoor' in plaats van 'paperless'. Hoewel HNW voor een groot stuk drijft op digitalisatie, is het niet zo dat niet meer op papier kan gewerkt worden. De studie van de Serv geeft aan dat (p. 157) 'het voornamelijk van belang is om de plaats van documentverwerking in het geheel van de organisatie te zien en de manier waarop de informatie die er in staat, verwerkt wordt...Papier kan op die manier tot een minimum teruggebracht worden, maar het volledig bannen is waarschijnlijk green goed idee. Voor een aantal taken is papier efficiënter en veel comfortabeler.' HNW is dan ook niet gelijk te schakelen aan 'paperless'.

Een andere belangrijke concern is de nood aan privacy, het hebben van een eigen werkplek en de identiteit die daaraan wordt ontleend. Hiermee verbonden komt ook de vrees voor de open werkplek naar boven die het onmogelijk zou maken zich te concentreren. Dit zijn terechte opmerkingen, men moet zich kunnen concentreren, men moet zich goed voelen op het werk. En zich niet altijd 'bekeken' voelen, is een valide eis die men aan de werkplek kan stellen. Maar het is geen issue! Als men kijkt naar alle voorzichtigheid die men bij een doordachte implementatie aan boord kan leggen en het reservoir aan getalenteerde architecten en specialisten die men hiervoor kan inschakelen, is dat gewoon iets waarvoor men kan plannen. HNW betekent dus niet de facto open spaces! Net zoals het niet gelijkstaat aan een 'paperless' office.  Er zijn materialen en manieren genoeg om een evenwicht tussen werkzones waar men in groep werkt en waar men eerder alleen werkt, te bereiken. En dan nog kunnen voor heel specifieke functies uitzonderlingen worden voorzien. De studie geeft hier het voorbeeld van researchers. Intensief kenniswerk zou beter gaan in een afgesloten kantoor. OK, dan zal men dat wel op een creatieve manier kunnen inplannen. HNW is geen dogmatiek. En die persoon die toch altijd liever aan diezelfde werkplek zit? Wel, laat hem of haar dit dan ook doen. We werken met mensen. En de volledigheid van het menszijn is nog steeds niet in een wetenschappelijke definitie te gieten...

donderdag 19 december 2013

Kluwer Congres over Het Nieuwe Werken - Eenheid in Verscheidenheid


Deze week organiseerde Kluwer Opleidingen een congres over het nieuwe werken. Een 130 tal deelnemers konden een ganse dag praten en leren over alles wat hierbij komt kijken.
Het was een dag vol interessante sprekers, cases en bevlogen uitspraken. En zo hoort het ook.

Een eerst indruk? 'Culture eats technology'. Doorheen heel wat presentaties hoor je nog steeds de onderhuidse vrees voor een klassieke IT benadering waar de mens ondergeschikt wordt gemaakt aan het gebruik van technologie. We zijn nog steeds bang voor het monster van Frankenstein, de tot machine gemaakte mens die elk greintje arbeidsplezier ziet verdampen onder de hegemonie van een IT tool en bijhorende starre processen.
Vandaar de kreet dat technologie zonder de buy-in van de gebruiker en zonder afspraken of inzichten in de bovenliggende processen van een organisatie ten dode is opgeschreven.

Maar hier is een newsflash: dat beseffen de IT dienstverleners ook wel!  Ik ken nog weinig bedrijven die denken dat hun IT product of dienst kan werken zonder een minimum aan sociale engineering. Een goede IT oplossing houdt zowel rekening met de factor Mens,Technologie als Proces.
Henny Van Egmand zette in de laatste presentatie van de dag de kerk terug een beetje in het midden met zijn uitspraak dat IT geen kostenpost is maar een hoogst noodzakelijke investering en dat hogere investeringen in IT 25% meer innovatie opleveren. Go Henny! Ook op de site van Kluwer Management.nl kunnen we lezen dat:

"...sociale innovatie om nieuwe manieren van organiseren, managen en werken vraagt, zodat technologische innovaties renderen. Vertrouwen en kennisdeling tussen medewerkers, informeel leiderschap en platte organisatievormen zorgen voor betere prestaties. Innovatiesucces van bedrijven wordt voor 25% bepaald door investeringen in R&D en technologische innovatie...'
Zoals steeds binnen de turbulente mix van Het Nieuwe Werken wijst een genuanceerd inzicht de weg. Technologie en mens gaan hier hand in hand. Ze harmonisch laten samenwerken wordt dan hoogstens een evenwichtsoefening die wat meer tijd vraagt.

'Een Business Case voor het Nieuwe Werken staat als een tang op een varken,' oreerde Benny Corvers van Prepared Mind. Wat wel grappig was, zo na de presentatie van Nanette Broeks van Capgemini. Nanette had het namelijk over hoe je een Buisness Case voor het Nieuwe Werken kunt opzetten. Ook had Benny het over de noodzaak om snel meerdere scenario's en prototypes te testen terwijl Nanette dan weer pleitte om de BC maar voor één basisscenario uit te werken, maar dit dan later ook tijdens de ontwerp en implementatiefase te herwerken zodat de kosten en de baten elkaar blijven aansturen. Voor beide opvattingen is natuurlijk iets te zeggen. Sommige elementen zijn in een BC te gieten waar andere aspecten op het meer ongrijpbare Platoonse idee van kwaliteit slaan. Toch zijn ze alle twee valide overwegingen. De uiteindelijke aanpak die men kiest zal afhangen van de context. Het Nieuwe Werken ontplooit zich niet binnen een vacuum maar in een levende en willende onderneming waarvan de eigenheid doorslaggevend is. Daarmee wil de pragmatist in mij maar zeggen dat je best een BC maakt als de Financiëel Directeur owner is van het programma...!


Zo zie je maar dat we allemaal getekend zijn door onze vorming en achtergrond.  Zei de grote Borges niet:
'Een mens stelt zich ten doel de wereld in kaart te brengen.  In de loop van de jaren bevolkt hij een ruimte met beelden van provincies, van koninkrijken, van bergen, van baaien, van schepen, van eilanden, van vissen, van kamers, van werktuigen, van sterren, van paarden en van personen. Kort voor hij sterft, ontdekt hij dat zich in dat geduldige lijnenlabyrint het beeld van zijn eigen gelaat aftekent.'

Al komen we uit IT, de financiële of menswetenschappelijke hoek, samen - en in volgehouden dialoog - kunnen we de discussie verrijken en Het Nieuwe Werken mee helpen vorm geven. Spannend, niet?

The Highlight Report is terug vanaf januari 2014. Alvast Prettig Eindejaar.

zondag 15 december 2013

Een Filosofie van het Nieuwe Werken

Taal heeft niet alleen een bemeesterende werking op het reële maar ook een sturende. In het magazine Filosofie van november 2012 vind ik een artikel terug over HNW met als titel ‘Waarom zouden we Werk en Privé zo strikt scheiden?’ Dit gaf aanleiding tot een reeks reflecties, want wat ik nu al geleerd heb ik mijn loopbaan, is dat het loont om regelmatig je basisprincipes en je troetelconcepten in vraag te stellen en die vanuit zoveel mogelijk hoeken te belichten.  Het Nieuwe Werken dreigt anders een lege meesterbetekenaar te worden binnen een ideologisch discours.

Daarmee bedoel ik dat de term NWOW of HNW een betekenis zou veronderstellen die wordt geassimileerd en wordt aanvaard als een 'fundamenteel' begrip...maar die echter inhoudelijk leeg blijkt. Die waakzaamheid moet men steeds aanhouden. We mogen niet vervallen tot een soort van HNW ideologie die zich totalitair op de plaats van de waarheid zou plaatsen. Want een ideologie wil de werkelijkheid vereenvoudigen, betekenis verschuiven en een makkelijke oplossing voorstellen. Ofwel toont ze zich in de verhulling, in het afvlakken van contouren en de illusie van het pasklare antwoord. Ofwel toont ze zich onder haar progressieve vorm, als speerpuntfunctie die focust op één element uit een complexe situatie waarop men dan een verregaande simplificatie bouwt.

Liever leg ik zoals Herakleitos (panta rhei) het accent op de veelheid van tegenstellingen en de behorende dynamieken in de werkelijkheid. Daarom zie ik het nieuwe werken eerder als een continue evenwichtsoefening:
  • tussen medewerkers en managers in een spel van vertrouwen en verantwoordelijkheid opnemen
  • tussen zelfregulerende teams en opgelegde procesoptimalisaties
  • tussen werken en leven
  • tussen algemene doelstellingen en concrete objectieven
  • tussen stakeholders, strategieën en budgetten
  • tussen generieke kantoorruimte en specifieke aangepaste werkruimtes
  • tussen design en efficiëntie
  • tussen legacy applicaties en nieuwe mobile apps
  • tussen proximiteit en afstandelijkheid
  • en tussen vele andere factoren...
Deze ingesteldheid beschermt ons ook tegen de neiging om algemene principes te willen toepassen op concrete zijnstoestanden, ze kunnen hoogstens als een leidraad dienen.

Om nu even terug te keren naar het artikel. Hoewel gekleurd door een Nederlandse insteek (flexwerk is eerder thuiswerk) biedt de schrijver, Pieter Hoexum, een nieuwe manier om tegen de zaken aan te kijken. Zo stelt hij voor om de term ‘balans’ werk-leven te vervangen door ‘melange’.
‘De metafoor (balans) verleid je er te snel toe werk en privé te scheiden, ze onder te brengen in twee compartimenten om ze vervolgens tegen elkaar te kunnen afwegen. Je zou er eerder toe verleid moeten worden ze te mengen…een smakelijke mix van buiten en binnen, werk en privé, en van eer en geluk.’(p.24)

Met de schrijver maak ik dan ook liever de scheiding werk-privé in mijn hoofd dan in de praktijk. Dus in trek wel grenzen maar werk is wat ik als werk definieer, niet wat door een fysieke omgeving of tijdsmoment wordt bepaald.